Wel of niet steriliseren/castreren?

Wel of niet steriliseren/castreren?

De teef:

Over het wel of niet steriliseren van uw hond kan geen algemeen geldend advies worden gegeven. Iedere eigenaar moet voor zijn/haar situatie en voor zijn/haar hond bepalen of steriliseren zinvol is. Eigenlijk moeten we praten over castreren, aangezien bij de operatie de eierstokken weggenomen worden en niet, zoals bij mensen, de eileider afgebonden. Dat laatste zou bij honden grote problemen veroorzaken. We zullen kort en bondig de voor -en nadelen van steriliseren van de teef voor u op een rijtje zetten.

De voordelen:

  • Geen loopsheid meer en geen kans op ongewenste dekkingen en (schijn-)zwangerschap
  • Geen tot veel kleinere kans op het krijgen van melkklierkanker. Wordt een teefje voor de eerste loopsheid gesteriliseerd dan is de kans op het krijgen van melkkliertumoren nihil. Met elke loopsheid neemt de kans op het krijgen van melkklierkanker toe tot een kans van 23% als een hond niet voor haar vijfde levensjaar wordt gesteriliseerd.
  • Geen risico op het krijgen van een baarmoederontsteking. Dit zien we nog zeer regelmatig. De ontsteking kan zeer snel optreden en honden doodziek maken. Spoedbehandeling met infusen en anti-shock middelen is dan nodig en een operatie voeren we uit zodra dit verantwoord is. De kosten kunnen hoog oplopen, zeker als de dieren in de avond/nacht of in het weekend ziek worden.

De nadelen/risico’s:

  • Hoewel zeer minimaal, er is altijd een operatierisico. We durven het narcoserisico in onze kliniek op nihil te stellen. Ook is er een kleine kans op wondcomplicaties. Een laparoscopische sterilisatie (een sterilisatie door middel van een cameraatje in de buik) heeft ten opzichte van de traditionele methode als voordeel dat de operatie minder pijnlijk is, korter duurt en een kleinere wond nodig heeft, waardoor er geen risico is op een wondbreuk (zie ook ‘chirurgie-laparoscopie’).
  • Bij sommige teven ontstaat urine incontinentie. Grote rassen hebben hier vaker last van dan kleine rassen. Hoewel het slechts een klein percentage (1-3%) betreft is het over het algemeen een levenslange aandoening. Meestal is de incontinentie met medicijnen goed te behandelen.
  • Vooral bij teven met lang -of krulhaar is er een kans op het ontstaan van een zogenaamde ‘puppy coat’. Hierbij wordt de vacht wollig en pluizig.
  • Er is een kans dat uw dier na de operatie gemakkelijker overgewicht krijgt. Over het algemeen kan men beter direct na de sterilisatie minder voer verstrekken.
  • Heel af en toe wordt een teef iets feller na sterilisatie. Dit is een risico bij toch al erg felle honden.
  • Er lijkt een iets grotere kans te zijn op het krijgen van bepaalde vormen van kanker, vooral bij castreren op heel jonge leeftijd. Hier wordt nog veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan.
  • In verband met een groter risico op skeletproblemen adviseren wij bij honden van grote hondenrassen (>25 kg) om ze pas te steriliseren als ze helemaal uitgegroeid zijn.

De reu:

Ook hier geldt dat voor het wel of niet castreren van uw hond geen algemeen geldend advies kan worden gegeven. Iedere eigenaar moet voor zijn/haar situatie en voor zijn/haar hond bepalen of castreren zinvol is. Bij een castratie van de reu worden de testikels operatief verwijderd. Bij twijfel hoe een reu zal reageren op castratie is het eventueel raadzaam om het effect ervan te testen middels een chemische castratie. Hierbij wordt een implantaat onder de huid ingebracht dat ruim een half jaar of een heel jaar werkt. In deze tijd kan de eigenaar zien hoe de reu reageert op een castratie. Daarna kan een weloverwogen keuze gemaakt worden om wel of niet te castreren.

De voordelen:

  • De reu wordt na castreren minder geprikkeld om weg te lopen op zoek naar een loops teefje. Meestal zijn reuen ook wat minder actief met het markeren (kleine plasjes doen) tijdens de wandeling en zijn ze minder snel geneigd om de confrontatie op te zoeken met andere honden. Ze worden vaak ‘zachter’ van karakter.
  • Het lekken van pussige vloeistof uit de voorhuid stopt in verreweg de meeste gevallen.
  • De kans op het verkrijgen van goedaardige prostaatvergrotingen op latere leeftijd is nihil. Zo’n prostaatvergroting geeft vaak klachten waarvoor een behandeling ingesteld moet worden.

De nadelen:

  • Net als bij een sterilisatie kan een reu na castratie gemakkelijker overgewicht ontwikkelen. Ons advies is om direct na de castratie 15% minder voer te geven.

Om een weloverwogen beslissing te maken willen wij u graag adviseren. Per ras en hond verschilt dat advies. Er zijn daarnaast andere mogelijkheden om uw hond (tijdelijk) onvruchtbaar te maken. Voor advies van een dierenarts kunt u ons altijd bellen op het telefonisch spreekuur, van maandag-vrijdag tussen 13.30 en 14.00u. U krijgt dan (gratis) een dierenarts aan de lijn.

Voor een uitgebreid en neutraal advies kunt u ook kijken op de site van het LICG: www.licg.nl.