Vaccineren of titeren

De laatste jaren is er een nieuwe trend in vaccinatie land, het titeren van honden.
Waar vroeger onze honden en katten jaarlijks een “grote cocktail” kregen, wordt tegenwoordig meer en meer “op maat” gevaccineerd.
Laten we beginnen bij de basis.

Wat is vaccineren?

In feite doen we niets anders dan een dier middels een injectie of neusspray (Kennelhoest/Bordetella) besmetten met verzwakte of dode kiemen. Het dier bouwt hierna weerstand op tegen deze kiemen. De weerstand wordt opgebouwd op 2 manieren. Enerzijds ontstaat er humorale immuniteit, dat is weerstand door antilichamen. Deze antilichamen (per ziekteverwekker is er een groep antilichamen) valt een het lichaam binnenkomende ziekteverwekker meteen aan en daardoor krijgt deze kiem niet de kans zich in het lichaam te vermeerderen en de gastheer ziek te maken.

De andere vorm van immuniteit die ontstaat is cellulaire immuniteit. Hierbij worden er herinneringscellen aangemaakt, die in het lichaam aanwezig zijn en actief worden en zich vermeerderen als er een ziektekiem binnenkomt waar deze cellen een herkenningsmechanisme voor hebben opgebouwd. Deze cellen kunnen met bepaalde stoffen de ziektekiemen doden en vervolgens kunnen ze de kiemen opruimen.

Het is al heel lang mogelijk om met een laboratorium test in het bloed van een mens of dier de hoeveelheid antilichamen(titer) tegen een bepaalde ziektekiem te bepalen.
Tegenwoordig zijn deze testen ook beschikbaar als sneltest in onze Dierenkliniek.
De cellulaire immuniteit kunnen we niet bepalen.

In het standaard vaccinatie schema worden puppy’s op 6 weken leeftijd ingeënt tegen Hondeziekte en Parvo. Op 9 weken tegen de ziekte van Weil en Parvo en op 12 weken krijgen ze de “cocktailvaccinatie” tegen Hondeziekte, Hepatitis of HCC, Parvo en de Ziekte van Weil.

Als de hond 1 jaar oud is, wordt weer de cocktailvaccinatie toegediend en vervolgens wordt er 2 jaar achter elkaar alleen tegen de ziekte van Weil gevaccineerd en op 4-jarige leeftijd wordt de cocktailvaccinatie weer toegediend.
Eventueel kan er op 12 weken en daarna jaarlijks ook gevaccineerd worden tegen Kennelhoest, Bordetella.
In mijn ogen is dit een heel goed en veilig vaccinatie-schema. Het is opgesteld door onafhankelijke wetenschappers en het werkt in de praktijk goed.

Er zijn mensen die erg huiverig zijn voor het toedienen van medicijnen en vaccins en die liefst zo min mogelijk willen vaccineren. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat er een verband is tussen het vaccineren en het optreden van bepaalde ziektebeelden. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de bijwerkingen slechts zeer zelden optreden. Gerapporteerd is een score van 0,004% aan bijwerkingen na vaccinatie. Vaak zijn dit onschuldige lichte reacties. Maar ook de onderbuik telt mee en als een eigenaar liever minimaal wil vaccineren, dan is daar een verantwoorde mogelijkheid voor.

Het titeren

Tegenwoordig kan men door te ‘titeren’ onderzoeken of je hond goed beschermd is tegen de belangrijkste ziektes en zijn er nu mogelijkheden om af te wijken van het standaard vaccinatie schema.

Met titeren wordt bedoeld dat we in het bloed van uw hond kunnen bepalen hoeveel antistoffen er zijn tegen Hondeziekte, Parvo en HCC (besmettelijke leverziekte). Het is nog niet mogelijk om de hoeveelheid antistoffen tegen de Ziekte van Weil (Leptospirose) en Bordetella (Kennelhoest) te meten.

Aangezien de Ziekte van Weil in ons waterrijke landje nog regelmatig voorkomt en zeer ernstige ziektebeelden met soms dodelijke gevolgen kan opleveren, is het sowieso verstandig om deze vaccinatie jaarlijks wel toe te dienen. Is uw hond volgens het gangbare vaccinatie schema tevens toe aan een enting tegen Hondeziekte, Parvo of HCC dan kan ook besloten worden de titer van antilichamen tegen deze ziektes te bepalen.

Inmiddels is gebleken dat deze serologische testen, mits correct uitgevoerd, betrouwbaar geacht worden voor de praktijk. Er is een sterk verband tussen de aanwezigheid van antistoffen en de mate van bescherming. Er kan echter geen harde garantie gegeven worden over de beschermingsduur na het vinden van een positieve titer. De testen zijn niet bedoeld en geschikt om een exact vaccinatie interval te bepalen.

Maar omdat bekend is dat antilichamen bij honden 3 jaar aanwezig blijven wordt in de praktijk na een test, waarbij voldoende hoge titers tegen bovengenoemde 3 ziekte bepaald zijn de volgende test pas na 3 jaar uitgevoerd. Daarna wordt geadviseerd om de test jaarlijks uit te voeren.

Het is in principe ook mogelijk om deze test bij pups te onderzoeken, wanneer het optimale vaccinatie moment is voor de eerste enting. Vaak zou dit later kunnen dan op de gebruikelijke 6 weken. Maar omdat de antilichamen die de pup van zijn moeder heeft meegekregen (maternale immuniteit) veel minder lang aanwezig blijven, is het nodig om de pup vanaf 6 weken iedere 2-3 weken te onderzoeken. Bloedprikken bij pups is niet altijd even gemakkelijk en zal ze vaak angstig maken voor de dierenarts. Hier verdient het toepassen van het basis vaccinatieschema de voorkeur.

Schematisch en concluderend kan het volgende schema worden aangehouden:

  • 6 weken leeftijd: Hondeziekte en Parvo vaccinatie
  • 9 weken leeftijd: Ziekte van Weil en Parvo vaccinatie
  • 12 weken: Hondeziekte, Parvo, Ziekte van Weil en HCC (besmettelijke leverziekte) = Cocktailvaccinatie
  • 1 jaar leeftijd: Cocktail of Ziekte van Weil en Titeren. Dan in principe alleen tegen Hondeziekte, Parvo en HCC vaccineren als de titer laag is.
  • 2 jaar: alleen Ziekte van Weil
  • 3 jaar: alleen Ziekte van Weil
  • 4 jaar: Ziekte van Weil en idem als op 1 jaar. Zijn de waardes van de titer hoog, dan kan er weer 2 jaar alleen tegen Ziekte van Weil gevaccineerd worden.
  • 5 en 6 jaar: Ziekte van Weil
  • 7 jaar: Ziekte van Weil en Titeren. Zijn de titer waardes nog hoog dan wordt geadviseerd om vanaf nu jaarlijks te titeren.

Na een eventuele cocktail vaccinatie kan dan weer 3 jaar gewacht worden met het uitvoeren van de volgende test, etc.

Dierenkliniek Putten,

Daan Kranendonk